
Termen zoals ADHD, autisme en introversie zijn inmiddels bekend bij velen, maar de kennis over wat ze écht betekenen blijft vaak oppervlakkig. Helaas bestaan er nog veel hardnekkige misvattingen over neurodivergente personen. Het is tijd om die onder de loep te nemen en te kijken naar de realiteit achter deze mythes.
Mythe 1: Alle neurodivergente mensen zijn hetzelfde.
Een veelvoorkomende mythe over neurodivergentie is dat alle neurodivergente mensen hetzelfde zijn. Mensen met ADHD, autistische mensen, of bijvoorbeeld introverte mensen worden vaak over een kam geschoren, terwijl neurodivergentie juist bestaat uit verschillende mensen, net zoals dat er bijvoorbeeld verschillende haarkleuren bestaan.
Wat is de realiteit?
Neurodivergentie komt in veel vormen en kent veel nuances. Neem ADHD bijvoorbeeld. Mensen met ADHD worden vaak gezien als hyperactief en chaotisch, maar ADHD kent verschillende types:
- Inattentive type ADHD: mensen met deze vorm zijn vaak dromerig, verliezen makkelijk hun concentratie en hebben moeite met details. Hyperactiviteit is bij deze groep nauwelijks aanwezig.
- Hyperactive-Impulsive type ADHD: dit is de vorm van ADHD waarbij fysieke rusteloosheid en impulsiviteit vaker voorkomen.
- Combined type ADHD: een mix van zowel de aandachtstekort als de hyperactieve symptomen.
Deze variatie zien we ook bij autistische mensen. Autisme wordt vaak gereduceerd tot stereotiepe beelden van mensen die sociale interactie vermijden, maar ook hier is de realiteit zeer divers. Sommige mensen met autisme voelen zich prima in sociale situaties, terwijl anderen meer behoefte hebben aan structuur en voorspelbaarheid.
Neurodivergente mensen zijn net zo divers in hun gedrag en vaardigheden als neurotypische mensen.
Mythe 2: Neurodiversiteit betekent dat iemand minder intelligent is.
Een hardnekkig misvatting is dat neurodiversiteit gelinkt is aan lagere intelligentie. Het brein van neurodivergente mensen werkt anders, niet minder goed.
Wat is de realiteit?
Mensen met ADHD, autisme of dyslexie kunnen een hoog IQ hebben en in sommige gevallen zelfs uitzonderlijke cognitieve capaciteiten. Zo hebben veel autistische mensen een sterk analytisch vermogen of een uitzonderlijk geheugen, en kunnen mensen met ADHD in hyperfocus raken en zich intens concentreren op een taak die hen boeit. Dit soort talenten vormen samen wat we een spikey profiel noemen: iemand kan op bepaalde vlakken uitzonderlijk goed zijn, terwijl ze op andere gebieden meer moeite kunnen hebben. In plaats van overal een gemiddeld niveau te hebben, zien we bij mensen met een spikey profiel juist pieken en dalen in hun vaardigheden. Dit maakt ze niet ‘beter’ of ‘slechter’, maar uniek in hun talenten en behoeften.
Mythe 3: Neurodivergente mensen kunnen niet goed samenwerken.

Hoewel neurodivergente mensen soms sociale uitdagingen ervaren, betekent dit niet per definitie dat samenwerken moeilijk is.
Wat is de realiteit?
Met de juiste ondersteuning kunnen mensen met ADHD of autisme juist nieuwe perspectieven en innovatieve ideeën in een team brengen. Mensen met autisme kunnen oog voor detail en mensen met ADHD kunnen een dynamische energie toevoegen aan brainstormsessies of creatieve processen. Wat belangrijk is, is dat neurodiversiteit als een kracht gezien wordt, en dat er ruimte is voor verschillende manieren van werken.
Mythe 4: Neurodivergentie moet worden ‘genezen’.
Een van de meest schadelijke mythes is dat neurodivergentie ‘genezen’ zou moeten worden.
Wat is de realiteit?
Neurodivergentie is geen ziekte. Veel mensen binnen de neurodivergente gemeenschap pleiten tegen het idee van ‘genezing’, omdat ze hun neurodivergentie zien als een onderdeel van wie ze zijn. In plaats van de neurodivergente persoon te veranderen, moeten we de omgeving veranderen om meer neuro-inclusief te zijn. Neurodivergentie is geen probleem dat moet worden opgelost. Het is een bron van talent, creativiteit en innovatie als het op de juiste manier wordt benaderd en dat ontbreekt nog vaak binnen neurotypisch georiënteerde organisaties.
Mythe 5: Introversie betekent verlegen en antisociaal zijn.

Introversie wordt vaak ten onrechte gezien als verlegenheid, maar het draait eigenlijk om ‘waar krijg je energie van?’.
Wat is de realiteit?
Introversie wordt vaak verward met verlegenheid, maar het gaat hier vooral om energie: introverte mensen laden hun sociale batterij op door tijd alleen door te brengen, terwijl extraverten energie halen uit sociale interacties. Introverte mensen kunnen uitstekende sociale vaardigheden hebben, maar ze raken sneller uitgeput in drukke sociale omgevingen.
Dus, wat kunnen we doen? We kunnen beginnen met empathie, openheid en nieuwsgierigheid. De mythes loslaten en ruimte maken voor de realiteit: neurodivergente mensen hebben talenten en uitdagingen, net zoals iedereen.
Heb je vragen over diversiteit en inclusie binnen jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op!